Vandaag had ik de slechtste kookdag in ruim een kwart eeuw. Er stonden 2 gerechten op het menu: aardappelpuree en spinazie-ovenschotel.
Om de aardappelpuree niet te papperig te maken zou ik wat extra ingrediënten toevoegen. Naast gebruikelijke zaken als ui en bleekselderij voegde ik ook zonnebloempitten toe. Dat ingrediënt was eigenlijk nieuw voor mij. Ik gebruik het af en toe en in kleine hoeveelheden, bijvoorbeeld in een brood. Ik neem dan een klein bakje of zakje en dat gaat prima. Nu had ik wat meer nodig en ik besloot een grote zak geroosterde en gezouten zonnebloempitten te kopen.
De zonnebloempitten moesten fijngehakt worden en de keukenmachine had daar nogal wat moeite mee. Uiteindelijk werd het een grof haksel. Er had toen een lampje moeten gaan branden: dit klopt niet! Helaas scheen de zon vandaag volop en ging het lampje niet aan, of zag ik het niet aangaan. Ik mengde alles en het resultaat ging de oven in, even later gevolgd door de spinazie-schotel.
Beide schotels wilde niet echt kleuren. Onder het motto "Het ziet er niet uit, maar het smaakt goed" besloot ik op te gaan dienen. De eerste hap aardappelpuree was er een om nooit te vergeten. De puree was vergeven van oneetbare stukken schil van de zonnebloempitten. Na 5 happen heb ik het opgegeven en de hele boel weggegooid.
De spinazie-ovenschotel was te eten, maar niet meer dan dat. Niet iets om te herhalen en al helemaal niet om op te nemen in het receptenboek. Voor morgen heb ik een Griekse groenteschotel gepland. Hopelijk levert dat weer eens een nieuw recept op.
De wijze les die ik vandaag geleerd heb en die ik graag wil delen: ken je ingrediënten. Als ik de zonnebloempitten had gebruikt, die ik normaal ook koop, dan was de aardappelpuree misschien wel heerlijk geweest.






